deel 39 – There they are again!

De groep, die om het vuur heen zit, ontvangt Asrix met open armen. Het is alsof hij meer dan een half jaar is weggeweest. Het is een raar gevoel: ze zijn nog maar net terug op Eranio, maar het lijkt zo lang. Er is nog zoveel te plannen, en er lijkt zo weinig te zijn gebeurd. Asrix beleeft het net zo. Hij weet dat ze verwachten dat hij de lakens uitdeelt, omdat hij daarvoor de meest geschikte persoonlijkheid heeft ontwikkeld. Hoewel het uitdelen van taken met meerdere personen ook best werkte, hebben ze toch liever iemand die hen daarbij kan helpen. Ook Asrix voelt dat aan, maar hij heeft wel door dat hij nog niet helemaal weer hele dagen over het eiland kan lopen om de mensen te leiden. Dat zegt hij dan ook tegen hen, en iedereen kan het begrijpen. De avond verloopt gezellig, zoals vanouds de kringgesprekken waren.
Bijna iedereen kan die nacht weer lekker slapen. Bijna iedereen; Asrix niet. Hij denkt na over wat hij tegen zijn vrouw heeft gezegd. Hij heeft goed door dat het nog te vroeg is, maar vindt dat hij zelf best veel aankan. Zal hij doen alsof hij meer krachten heeft dan hij echt kan opbrengen?
Het dilemma is erg groot. Er zijn zoveel argumenten. Hij besluit om het eens ter sprake te brengen in een vergadering.
Als de zon bijna opkomt valt hij, moe van zijn gedachten, in slaap.

Hij wordt wakker in het volle zonlicht. Als hij naar buiten kijkt, ziet hij dat alle mensen al druk aan het werk zijn. Zou hij echt zo nodig zijn als werkgever?

6 October 2007
By on 20:48
inspiratie op…

Sorry, trouwe bezoekers, ik weet niet meer hoe ik verder moet. Ik heb in deze drukke tijd weinig kans om na te denken over een goed einde, waar ik naartoe aan het werken ben.

30 March 2007
By on 12:19
deel 38… sorry voor het wachten

Meer gefascineerd dan geschokt, alsof het hemzelf niet overkomen was, speelt Asrix het hele verhaal nog eens in zijn hoofd af. Hoe kon zoiets hem overkomen? Wat deed die vogel opeens bij Eranio? Vol met vragen blijft hij beelden in zijn hoofd zien die waarschijnlijk niet eens echt zijn. Hij blijft een hele poos stil, waarbij hij Pernix half wantrouwend aankijkt.
Dan voelt hij een warme hand tegen de zijne aan. Het is die van Ridana. Ze kijkt hem aan alsof hij jaren was weggeweest. Maar hij is nog precies dezelfde. Het leek zo lang!

Bij zonsondergang lopen ze samen over de kust. Asrix, die een beetje strompelt, leunt op Ridana’s schouder. Ze stoppen bij een grote boom, waar ze tegenaan gaan staan. Samen kijken ze naar de lucht, die alle tinten tussen wit, blauw en oranje vertoont. Asrix geniet zelfs van de laatste geluiden die de vogels vandaag maken, hoewel hij bij elk fluitje terugdenkt aan wat hem overkomen is.
Opeens denkt hij aan heel wat anders. Hij pakt de hand van Ridana en wekt haar uit haar gedachten door haar naam te noemen. "Wat is er?"
"Ik vind het hier zo klein," flapt Asrix eruit, zonder erbij na te denken hoe raar het over zal komen op Ridana. Ze is erg verbaasd, en zo kijkt ze hem ook aan, maar nieuwsgierig naar wat hij haar wil vertellen. "Hxfah? Wat wil jij daaraan doen?"
Asrix lacht om haar antwoord. "Haha, precies de taal die jij altijd gebruikt." Hij schakelt weer om. "Maar ik vind het hier zo saai. Ik heb alles wel gezien hier. Ik wil op avontuur. Niemand weet wat er achter de zee is. Ik wil het ontdekken!"
Ridana weet niet goed wat ze hiermee aanmoet. Asrix is altijd wel een ontdekker geweest, iemand die nooit tevreden was met de huidige situatie. "Op avontuur? Je hebt er net een beleefd, en daar ben je maar net levend vanaf gekomen!"
"Dat was geen avontuur, dat was een ongelukje," mompelt Asrix, "maar wat dan nog? Zodra ik weer op volle kracht ben, ga ik een boot maken, en die testen door om het eiland heen te varen." Ridana moet meteen denken aan Eranix, die waarschijnlijk op volle zee omgekomen was, maar voelt er niet veel voor om dat Asrix nog eens in te wrijven. Hij had het er moeilijk genoeg mee gehad. Ze hoopt nu alleen maar dat zijn krachten niet al te snel terug zullen komen. Ze ziet het niet zo zitten. Ze kijkt Asrix bezorgd aan om duidelijk te maken dat ze niks weet te zeggen. De rest van de avond wordt er niks meer over gezegd.
Als het donker geworden is, ruiken ze rook en kijken naar achteren. Ze zien grote, regelmatige wolken de lucht ingaan. Ze staan op in de wetenschap dat ze naar het kampvuur worden geroepen en lopen er langzaam heen.

15 March 2007
By on 18:45
deel 37!

Pas als ze loslaten, is Asrix op zijn toppunt van blijheid. Hij wil altijd wel bij Ridana blijven! Maar hij wil ook zo graag horen wat de slagschaduw precies was, en wat het betekent. "Nou, dan denk ik dat ik maar even naar Pernix toe ga." Ridana kijkt hem verbaasd aan terwijl Asrix in gedachten wegloopt. "Neem je mij niet mee?"
Asrix rent meteen terug en pakt haar bij de hand. Half op elkaar leunend komen ze bij Pernix aan, die hen met een schuin hoofd aankijkt. Ridana laat los en geeft haar man een onopvallend duwtje in de rug, als teken dat hij het wel mag vragen.
"Uhm," begint Asrix, die niet weet waar hij moet beginnen. "Jij had toch gezien wat er met mij gebeurd is?" Pernix, die al verbaasd is over de plotselinge komst van Asrix en Ridana, wordt overrompeld door de vraag. "Ja…" Hij moet even terugspoelen. "Ja!"
Asrix kijkt hem gespannen aan. "En?" "Nou, ik wil eerst wel even weten wat Ridana je verteld heeft." Hij vertelt kort wat hij gehoord heeft. Het heeft toch geen nut om dat te vertellen? Hij zal het toch wel even weer noemen. "Goed," begint Pernix, "dus je weet nog dat je naar de vier mannen aan de overkant keek. Ik zal je de rest vertellen.
We zagen – ten minste, ik in ieder geval, de rest schijnt het gemist te hebben – een grote vogel die recht op jou af vloog. Voordat ik met de anderen op het zand lag, heb ik je nog geroepen, en dat heeft geholpen. Ik zag precies wat er gebeurde: je draaide je hoofd om en terwijl je dat deed, sprong je opeens de struiken in. Ik snap niet hoe je dat deed. Je was zo snel! Maar goed, we liepen dus naar jou toe en zagen dat je erg ongelukkig terecht was gekomen. Je lag daar op een dikke tak en we dachten dat je dood was, maar we hebben je toch maar naar de hut gedragen. Daar merkten we dat je nog ademde en we besloten je te laten liggen."
Asrix, die zijn hele leven al gefascineerd was door vogels, voelt nu iets van haat. Is de vogel een boze geest?

3 March 2007
By on 20:56
Deel 36

Asrix kijkt haar gespannen aan. Wat is er met hem gebeurd? Hij kan zich niets meer herinneren. Ridana lijkt er ook moeite mee te hebben. In haar hoofd probeert ze terug in de tijd te gaan.
"We liepen dus het strand op zonder jou… toen we omkeken, zagen we jou onder een slagschaduw. We keken in de lucht. In een flits dacht ik aan de luchtslang die wij hier lang geleden gehad hebben. Gelukkig liep het voor ons beter af. Voor ik nagedacht had, lag ik op de grond, samen met de anderen. We verborgen ons voor iets, en pas toen ik weer durfde te kijken, zag ik een zwart stipje wegvliegen. Alleen Essara, Arina en ik waren nog niet naar je toe gerend. Ik schaam me daar nog steeds voor." Asrix maakt een handbeweging die duidelijk maakt dat het hem niet uitmaakt. Hij zegt niks omdat hij Ridana uit wil laten praten.
Ridana snapt hem meteen en gaat verder. "Ik heb de meisjes bij de hand genomen en ben naar je toe gerend. Volgens Pernix ben je de struiken in gesprongen. Hij heeft alles gezien, misschien moet je de details nog maar eens aan hem vragen. Het is mij nog steeds niet duidelijk, maar het stipje dat ik weg heb zien vliegen, moet een grote vogel zijn geweest, die jou probeerde aan te vallen. Pernix zei dat je in een reflex in de struiken bent gesprongen. Toen ik in de struiken keek, zag ik een grote dwarstak met veel verveldende punten eraan. Ik vermoed dat je daardoor je wonden hebt opgelopen."
Asrix weet geen woorden te vinden, zo erg is hij geschrokken. Ridana, die haar kans schoon ziet, omhelst en kust haar man. "Ik ben zo blij dat je nog leeft! Wil je ook eerst even met mij genieten voordat je weer net zo nieuwsgierig wordt als eerder?" Asrix, die ook begint te beseffen dat hij blij moet zijn dat hij nog leeft, stemt graag in.

20 February 2007
By on 22:13
Deel 35

De volgende morgen schrikt hij wakker van een gil, die uit de richting van de oude hut van Eranix komt. Het is zijn vrouw. "Asrix! Waar ben je?" Hij wil snel opstaan, maar hij gaat te snel rechtop zitten. Door zijn te lage bloedgehalte wordt hij erg duizelig. Hij gaat nog even liggen, en als hij zijn ogen open doet, ziet hij dat Ridana hem al gevonden heeft. "Asrix, wat is er? En wat doe je hier?" Ze probeert rustig over te komen, maar in haar stem klinken bezorgdheid en angst door.
Asrix wacht even totdat hij weer bij is gekomen en richt zich dan langzaam op. In een innige omhelzing vertelt hij haar waar hij aan gedacht had, wat zijn vragen waren en waarom hij naar buiten was gelopen. Het valt Ridana op dat Asrix, net als voorheen, erg goed in staat is zijn gedachten te verwoorden. Als hij uitgepraat is, vertelt ze wat er gebeurd is met Jerucix en langzamerhand begint het Asrix weer te dagen. "Maar wat is er dan met mij gebeurd nadat we hier aankwamen?" Ridana schaamt zich er haast voor dat ze dat niet verteld heeft. Zij weet het ook niet zo goed, omdat alles zo snel was gegaan.
Onzeker begint ze haar verhaal. "Wij waren hier aangekomen en we keken nog even naar de overkant. We zagen dat de vier mannen die aan de overkant stonden – Jerucix, Volamcix, Krinix en Dikix – ook naar ons keken. Wij hadden de buik van hen vol en konden hen niet meer aankijken. Zij haten ons immers ook!" Asrix herinnert zich tot hier het verhaal nog. "Ja, dat weet ik nog. Maar vergeet niet dat ik vrienden van hen ben geweest. Ze waren altijd verdraaglijk toen ik nog niet bij Eranix was geweest. Vooral van Dikix had ik niet verwacht dat hij daar was gebleven. Daar was ik over aan het nadenken." Ridana beaamt dit. "We dachten al dat je met je gedachten ergens anders was, want wij waren al een heel stuk het eiland opgelopen. Toen we merkten dat je niet met ons meeliep, keken we om. Opeens ging alles heel snel…"

8 February 2007
By on 13:38
deel 34

Asrix blijft een hele tijd op zijn bed zitten, terwijl hij vragen aan zichzelf stelt en zich ergert aan het feit dat hij niet kan slapen. Opeens beseft hij dat zijn vragen over wat er gebeurd is, te dringend worden en hij loopt naar buiten, zowel om het te onderzoeken, als in de hoop dat hij vannacht nog kan slapen. Hij merkt op dat het al wat warmer is geworden en besluit toch maar een eindje te gaan wandelen.

Hij kijkt om zich heen. Eranio is weinig veranderd sinds de tijd dat hij hier voor het laatst is geweest. Maar waarom is hij hier? Hij heeft vanavond de anderen nog gezien, en voor zover hij kan nagaan waren ze dat allemaal. Asrix loopt nog een stukje verder en gaat op het strand zitten. Hij kijkt over de weidse zee. Volgens de overleveringen waren ze daar vandaan gekomen. Achter de zee moet meer land zijn, met meer mensen. Zijn voorouders waren gevlucht omdat ze zich bedreigd voelden.

Maar sinds het begin dat ze zich hier gevestigd hadden, was er alleen nog maar ellende geweest. Het begon met Eranix, die weigerde de Vis te dienen. Nu is er door alle drukte bijna geen tijd meer voor.

"Vis, wat doe je ons aan? We zien je als onze bevrijder uit de ellende, maar in ruil daarvoor heb je aleen maar meer ellende gegeven. Laat eens zien dat er ook iets positiefs kan gebeuren!" Asrix, die niet hard durft te schreeuwen, schreeuwt van binnen wel. Hij is er niet eens zeker van of de Vis hen wel helpt of dat het gewoon toeval was dat ze meegesleurd werden. Zonder erbij na te denken ligt hij huilend op het strand en beklaagt hij zich over zijn lot.

Hij denkt niet eens meer aan waarom hij naar buiten is gelopen. Zijn gedachten overspoelen hem en al snel valt hij in slaap.

5 February 2007
By on 19:45
deel 33

"Ik moet mijn ogen open houden", denkt Asrix. "Ik mag mijn mensen niet in de steek laten." Asrix heeft een grote verantwoordelijkheid, en moet dus zo snel mogelijk genezen. Maar hij had zo’n pijn. Moeizaam brengt Asrix eruit dat hij honger heeft. Al snel staat Ridana bij hem met fruit en gebakken vis. Asrix eet gulzig beide etenswaren op, en de rest van de avond geniet hij van de hulp die hij aangeboden krijgt. Hij voelt de kracht langzaam weer in zich terugkomen. Hij is niet moe meer, en hij heeft geen zin meer in slapen. Hij zou het niet eens kunnen. Hij probeert rechtop te gaan zitten. Zelfs dat lukt al.
Hij is helemaal uit zijn dagritme. De anderen lagen allang op bed. Hen zou hij niet wakker maken. Hij bedenkt zich wat hij gewoonlijk zou doen als hij niet kon slapen: lopen, en even de frisse buitenlucht inademen. Maar is dat wel slim? De kracht in zijn benen is nog niet helemaal terug en niemand kan hem helpen als hij halverwege valt. Hij keek door de deuropening naar buiten. Wat was er ook alweer gebeurd? Waarom waren ze op Eranio? En, wat hij zich vooral afvroeg: hoe kwam hij aan deze lelijke verwondingen?

2 February 2007
By on 08:53
deel 32

‘s Ochtends worden Asrix’ wonden schoongemaakt en afgedekt. Ze waren weer gaan bloeden, maar wat erger was: er kwamen insecten op af. Maar Asrix geeft geen teken van leven. Anforix doet voorzichtig het voorstel om maar te beginnen met werken, want al vaker was het duidelijk geworden dat emoties verdwijnen door afleiding, vaak in de vorm van werk, dat altijd wel ergens te doen was. En inderdaad, na een lange dag, als iedereen automatisch weer bij elkaar gaat zitten, gaat het gesprek niet over Asrix, maar wordt het een evaluatie van de werkdag. Pas als ze opeens een kreun horen uit de kamer waar Asrix ligt, blijkt dat hij de hele dag alleen in het koude kamertje heeft gelegen, zonder dat ook maar iemand even naar hem heeft gekeken. Snel lopen Irnea, Ridana en Anforix naar binnen.

Ze treffen er Asrix aan, die zich nog steeds niet bewogen lijkt te hebben. Zijn lichaam blijkt wel goed werk te hebben verricht: het bloeden is gestopt. Weer blijven ze een poosje om Asrix’ bed heen staan. Vele gedachten flitsen door hun hoofd, maar vooral de gedachte over Asrix’ dood. Ridana pinkt menige traan weg, en ook de anderen weten niet wat ze zonder hem moeten.
Na een tijdje vinden Essara en Arina dat het wel lang genoeg stil is geweest en ze gaan ietwat luidruchtig met wat takjes spelen, maar ook dat blijkt al snel te gaan vervelen. "Mama, we hebben honger!" De twee paar glazige oogjes weten Irnea troost te geven en al gauw zit de groep aan tafel. Ook aan Asrix wordt gedacht. Vast voedsel krijgen ze niet door zijn keel, maar water kan hij wel slikken. Na een paar slokken knippert Asrix met zijn ogen. Hij wordt meteen weer tegen zijn bed aan geduwd, zodat hij zich niet weer zo pijn zou doen als de vorige keer dat hij zich oprichtte.
Ridana weet niet wat ze moet zeggen, zo blij is ze. "Je leeft nog…" Ze zou hem wel willen omhelzen, de hele dag bij hem zitten, van alles tegen hem zeggen, maar ze beseft dat hij er nu de krachten nog niet voor heeft. In Asrix gaat hetzelfde om. Hij raapt al zijn krachten bijeen en kreunt: "Ja…"

30 January 2007
By on 11:22
deel 31

Dan wordt hij wakker. Langzaam opent hij zijn ogen. Deze ruimte kent hij, maar waarvan? Bedoeld voor een persoon, geschikt en ingericht voor twee personen, te krap voor vijf… het moet de hut van Eranix zijn. Het bestaat nog! Boven zich hangt het hoofd van zijn vrouw en even verderop hoort hij Ania roepen: "Hij is wakker!"
Dan wil hij gaan zitten, maar wordt weer teruggedrukt. Weer de pijnscheut, in zijn borstkas. Met veel moeite weet hij de vraag te stellen wat er gebeurd is. Hij hoort een vaag verhaal over een grote vogel en een dwarstak, maar veel krijgt hij er niet van mee. Zijn ogen sluiten zichzelf weer.
De mensen die over Asrix heen gebogen staan, weten niet wat ze moeten doen. Zijn bloeden is bijna gestopt, maar hij heeft zo te zien veel pijn. Hij moet een erg lelijke val hebben gemaakt, toen hij voor de vogel wegsprong. Langzamerhand ontstaat er geroezemoes. Eigenlijk weet niemand iets over het genezen van pijn.
Pijn was iets dat tot nu toe nog niet in deze mate voorgekomen was, niet op Eranio, maar ook niet op Visacislo. Een blik in de geschiedenis doet hen denken aan de beelden van het half opgegeten lijk van Enianix. Zouden er kwade geesten in het spel zijn, die hen bij de Vis vandaan wilden houden? Een andere Vis, een vogel? Misschien was er wel een hele wereld vol met geesten..!
De gesprekken hierover duren voort tot laat in de avond. Ook wordt er overlegd over een geneeswijze. Om Asrix te genezen, is er kennis nodig over de opbouw van een lichaam. Al hadden ze dat bij Enianix gezien, de kennis zou weggespoeld zijn door de emoties.
Slechts een enkeling weet de slaap vroegtijdig te vatten. De koude buitenlucht knaagt aan hun huid, die gewend is aan de warmte van een hut. De gedachte aan Asrix is over het algemeen sterker dan de behoefte aan slaap. Maar vooral angst houdt hen wakker: zal de vogel zich nog eens wreken? Of was het geen wraak, maar een blinde, willekeurige aanval?

25 January 2007
By on 15:04